Advocaten

Een advocaat is een door de wet beschermd vertrouwenspersoon die in burgerlijke zaken en in strafzaken een partij bijstaat en dan vaak raadsman of raadsvrouw wordt genoemd.

In tegenstelling tot een notaris, die onpartijdig is en voor twee partijen met tegengestelde belangen werkzaam kan zijn, is de advocaat altijd belangenbehartiger voor één partij of meerdere partijen met een identiek belang.

Om als advocaat werkzaam te worden, moet een universitaire rechtenstudie worden gevolgd en dient beëdiging plaats te vinden bij een rechtbank. Gedurende de eerste drie jaren mag de advocaat niet zelfstandig zijn beroep uitoefenen. Hij is dan als advocaat-stagiair werkzaam onder begeleiding van een ervaren advocaat als patroon. Als stagiair dient hij dan nog verplicht een beroepsopleiding te volgen en een aantal tentamens af te leggen, onder andere in een vak Jaarrekeninglezen en Tuchtrecht. De beroepsopleiding is recentelijk nogal uitgebreid en verzwaard. Sommige advocaat-stagiaires maken gebruik van een repetitor om zich beter op de examens voor te bereiden. Er zijn immers maar drie examenkansen per examen aanwezig. Na het succesvol voltooien van de beroepsopleiding wordt een stageverklaring afgegeven. Daarna mag hij zelfstandig werkzaam zijn. Het aantal advocaten in Nederland is in de laatste decennia flink gegroeid. In 1970 waren er 2063 advocaten en in 2016 waren dat er 17.343. Advocaten werken meestal in groepsverbanden van twee tot enkele honderden samen en specialiseren zich op een bepaald juridisch gebied.